Pas geleden kreeg ik de vraag of het beroep van grafisch ontwerper wel uitdagend genoeg was. De vraag bracht me terug bij dag dat Jupiter-transit conjunct mijn dominante Mars stond. Zo’n klein jaartje geleden. Nu vroeg ik me van te voren al af wat zo’n planeetstand voor spannends zou opleveren. Ik voorzag iets in de trant van een grote werkdruk (Mars beheerst mijn ‘huis’ van het werk) of misschien een te veel aan energie of lef. Ik geloof dat ik in de week dat Jupiter op mijn Mars stond te trappelen nog nooit zo heftig heb gevoeld wat een Schorpioenmars kan doen.
Het was een hele drukke periode, nu heb ik altijd veel te doen. Als dat het niet het geval zou zijn, zou ik wel iets verzinnen. Het is mijn manier van overleven. Maar nu had ik het druk met BETAALDE opdrachten!!! YESSSSSSS!!! Ik was de hele tijd boekjes aan het maken. Dat wat ik dus echt wil doen. Maar het gaf veel stress. Op zich was het goed te doen, maar er kon niets tussendoor komen of het zou fout gaan.
Zo ook op een middag. Ik had mijn werk netjes ingepland en lag goed op schema. Tot er een klant belde met de vraag om even iets snel aan te passen. Het was een klein dingetje, zei ze. Dat iets had grote spoed en dat iets had twee tussenpersonen, wat erg vertragend werkte. Enfin, mokkend stemde ik toe om het iets aan te passen. Maar het was niet een klein dingetje, uiteraard niet. Alles ging mis! Mijn mac crashete. (Voor de ingewijden, het was een Word-doc met typogrammen en dat wil mijn Wordversie niet aan (crash), toen ik ‘m in Quark laadde klikte ik op de verkeerde optie en waren al mijn typogrammen overschreven… @#$#^%$%^&#@) Met wat noodgrepen kreeg ik het voor elkaar maar mijn hele schema lag aan diggelen. En ik moest nog naar een klant.
Nu moet ik je eerlijk zeggen dat ik in het normale leven Harry Potter al te eng vind om naar te kijken en me maar al te graag opoffer om braaf bij de kinderwagen, jassen en tassen te blijven als de familie in een meest onschuldig achtbaantje kruipt.
Op weg naar de klant blijkt dat alle sjofels mijn weg hebben uitgekozen om juist daar om vier uur ‘s middags te gaan cruisen. Opgefokt en totaal ontstemd kom ik ruim een kwartier te laat bij de klant. We zouden voorstellen bespreken en ik zou wat foto’s maken van het voeren van de beesten. En even later probeer ik vol vertrouwen maar half rennend de grote passen van M. met een bak vol vlees bij te houden. M. – door mij geliefd om zijn eeuwige botte en afgebeten manier van doen en bewonderd om zijn enorme ondernemingslust – is niet in een goed humeur. Onderweg sputter ik nog iets over een zon die niet schijnt, maar dat is tegen dovenmansoren. M. banjert voort en ik, zo volgzaam als ik ben, doe hetzelfde. We komen bij het hok van de krokodillen. We gaan naar binnen. Hij voorop. Ik wil de poort netjes sluiten, maar M. beveelt me over een laag hekje te springen dat de kooi in tweeën verdeelt. “Die” terwijl hij wijst naar een aansnellende krokodil, “is gevaarlijk!”. Ergens in mijn achterhoofd vraagt een klein onnozel stemmetje “hoezo gevaarlijk, hij bijt toch niet?” Geen tijd. Opeens gaat het snel. Van alle kanten komen er krokodillen. Ze lijken uit de waterbak te vliegen. Onze kant op. “Mijn God” denk ik “hoeveel zijn het er eigenlijk?” Snel zie ik dat het er ‘maar’ drie zijn. Eén, de agressieveling, aan de linkerkant bij de poort en twee aan de rechterkant van het hekje waar wij staan, waarvan er één recht op mij af komt. Ik denk niet meer. Iets zegt me dat ik niet moet verroeren. Ik blijf stil, zonder één beweging staar ik naar het dier dat op mij af komt gerend. Alsof ik zo zijn gedachten kan beïnvloeden. Tssss. M. stampt ondertussen vloekend en tierend, zoals ik van hem gewend ben, in de andere hoek van het gedeelte. Het logge beest voor me vermindert vaart en, op een afstand van een metertje of twee van mij verwijderd, werpt hij me nog een blik toe om zich vervolgens om te draaien. Vol enthousiasme stort hij zich in de rondedans van zijn broeder en M. die hier en daar een stuk vlees neer smijt.
Ik ben weer bij zinnen. Het flitst door me heen, ik ben hier om te fotograferen. Ik ga op mijn hurken zitten en probeer het tafereel te volgen. Het gaat zo snel. Mijn camera heeft moeite om scherp te stellen. En ook de zon laat zich niet zien. “Dit gaat fout” vloekt M. “Rennen, eruit!” Ik kijk naar de poort en de gevaarlijke die nu halverwege zijn gedeelte is. Hij heeft nog niets gegeten, bedenk ik me. Ik kijk naar M. die op me af komt met twee krokodillen achter zich aan. Zijn bak is leeg.
Het volgende moment sta ik weer buiten. Mijn hart pompt en mijn adreline-gehalte heeft nu echt zijn maximum bereikt.
“En heb je iets kunnen fotograferen?” zonder het antwoord af te wachten mompelt M. iets over meer vlees halen.
Er komen meer mensen kijken. Ook mijn contactpersoon die fijn opmerkt dat ik vorige week nog stellig zat te beweren dat ik nooit in een kooi met krokodillen zou stappen. Opeens herinner ik me ook hoe ze vertelde dat de slager het vlees veilig van ACHTER het hek de kooi ingooit.
M. is terug met een nieuwe bak vlees. En met het gemak van de eerste keer betreed ik met hem voor de tweede keer de kooi. Ik zie dat G. bij de ingang blijft staan in het gedeelte van de agressieveling. Dat geeft me een veilig gevoel. Niet dat hij iets kan doen, maar ergens denk ik dat hij me kan waarschuwen als het mis gaat.
De beesten zijn nu wat minder hongerig en wat rustiger. Het fotograferen gaat nu wat beter en ook de zon is Godzijdank komen kijken.
Op weg naar huis realiseer ik me wat ik heb gedaan in een vlaag van totale verstandsverbijstering. Het was een hele bijzondere ervaring zo gewoon op een doordeweekse dag. Maar, niet voor herhaling vatbaar.
Wie zegt dat het beroep van grafisch ontwerper saai is, moet op Curaçao komen werken, eens iets te veel werk aannemen en Jupiter-t conj. zijn/haar Mars hebben. Voor je het weet ben je krokodillenvoer…
